Alles over traumahelikopters in Nederland
Duik dieper in de wereld van de Nederlandse traumahelikopters. Hier vindt u achtergrondinformatie over hun registratienummers, vliegcondities en de criteria voor hun inzet. Wij belichten de cruciale rol die deze helikopters spelen in de spoedeisende hulpverlening.
Heeft U vragen of extra info over de Traumahelikopters stuur dan een mail naar: infocapcodes.roepnummersbrw@gmail.com

Wist U dat :
De registratienummers van de Trauma helikopters en Ambulance heli`s zijn zodanig gekozen dat ze te lezen zijn als afkortingen of een woord vormen:
Registratie Type C/N Verklaring registratie
PH-DOC Airbus Helicopters EC135 P3H 2095 “Doctor”
PH-LLN Airbus Helicopters EC135 P3H 2115 "Life Liner Nederland"
PH-HLP Airbus Helicopters EC135 P3H 2347 "Hulp"
PH-OOP Airbus Helicopters H145 20063 "HOOP”
PH-TTR Airbus Helicopters H135 2041 "To The Rescue”
PH-HIP Airbus Helicopters EC135 P3H 2343 "Hippocrates"
PH-UMC Airbus Helicopters EC135 P3H 2117 "Universitair Medisch Centrum"

Mag de traumahelikopter overal landen?
Ja, mits er voldoende ruimte is. In wet- en regelgeving is vastgelegd wat de minimale afmetingen van een landingsplek moeten zijn. Overdag: 25 x 25 meter. Tussen zonsondergang- en zonsopgang: 25 x 50 meter. De piloot van de traumahelikopter is speciaal getraind om in te schatten of de landingsplaats voldoende ruim en veilig is.
Vier misverstanden over de traumaheli
NIJMEGEN - De eerste traumahelikopter vloog 12,5 jaar geleden voor het eerst vanuit Nijmegen. Het Mobiel Medisch Team Nijmegen (MMT) kreeg toen de beschikking over een traumaheli. Het Radboud UMC heldere een aantal misverstanden op.
‘De traumaheli is voor niets uitgerukt’
Die conclusie wordt vaak getrokken als het slachtoffer van een ongeval niet met de traumaheli wordt vervoerd, maar de patiënt in de ambulance meegaat. De traumaheli is vooral bedoeld om het Mobiel Medisch Team snel naar de plaats van het ongeval te brengen, zodat ze ter plaatse specialistische zorg kunnen verlenen. Slechts één op de tien patiënten gaat mee met de traumaheli.
‘De traumaheli is er alleen voor trauma’s’
Bij de start in 1995 werd de heli alleen bij trauma’s ingezet. Inmiddels vliegt de heli ook voor andere spoedgevallen, zoals bijvoorbeeld een verdrinking of een hersenbloeding.
‘De traumaheli kan hier nooit landen’
Bij een ongeval denken omstanders en hulpverleners al snel dat er geen plek is voor de traumaheli om te landen. Maar de piloten zijn speciaal getraind om op moeilijke locaties te landen. En vanuit de lucht zien zij vrijwel altijd wel een geschikt pleintje, park of weiland.
‘Het Mobiel Medisch Team neemt de rol van de ambulancemedewerker over’
Hoewel ambulanceverpleegkundigen minder bevoegdheden hebben dan artsen van het Mobiel Medisch Team (MMT), blijft het altijd een samenwerking tussen alle hulpverleners. De MMT-verpleegkundige communiceert met alle betrokkenen en zorgt voor een optimale samenwerking.
Oproepcriteria
Binnen de oproepcriteria wordt onderscheid gemaakt tussen een:
- Primaire oproep
- Secundaire oproep
Bij een primaire oproep wordt vanuit de CPA (Centrale Post Ambulancevervoer), bij binnenkomst van de melding al bepaald dat inzet van het MMT noodzakelijk is.
Bij een secundaire oproep bepaalt een ter plaatse gekomen ambulance dat de inzet van het MMT alsnog noodzakelijk is.
In tegenstelling tot wat veel mensen denken worden slachtoffers, ondanks de beschikbaarheid van een helikopter, vaak toch nog per ambulance vervoerd. De MMT-arts werkt dan nauw samen met de ambulanceverpleegkundige tijdens het transport naar het dichtstbijzijnde geschikte (berust op verschillende criteria) ziekenhuis. Dit heeft te maken met o.a. de toestand van het slachtoffer. Bijvoorbeeld: een slachtoffer met een pneumothorax(ingeklapte long) is niet luchttransportabel. De lagere luchtdruk in de lucht zorgt voor uitzetting van de thorax, waardoor de toestand verslechtert. Alleen wanneer significante tijdwinst behaald kan worden wordt een slachtoffer per helikopter vervoerd.
Primaire criteria
- grootschalige ongevallen
- trein- of vliegtuigongevallen (inclusief aanrijding door trein)
- ongeval met meer dan een slachtoffer waarvan 1 overleden
- uit voertuig geslingerd
- aanrijding voetganger/fietser/motor met meer dan 30 km/uur
- ongeval waarbij slachtoffer is overreden (kinderen!) door auto
- ongeval met beknelling (verkeer/bedrijf)
- val van hoogte (> 5 mtr)
- verdrinking (incl. onder het ijs geraakt)
- bedelving incl. hoofd en/of borst
- ontploffing
- ongeval met elektriciteit of blikseminslag
- ongeval met blootstelling aan giftige stoffen
- brand met rookvergiftiging/inhalatietrauma
- ernstige brandwonden > 15% of 10% in combinatie met andere letsels
- acuut bedreigde ademweg (hoofd/halstrauma, oedeem, opzwelling (allergie), corpus alienum (vreemd voorwerp in lichaamsdeel))
- traumatische dwarslaesie
- thoraxtrauma met respiratoire insufficiëntie
- penetrerend letsel schedel, thorax of abdomen (buik) (oa schot/steekwonden)
- open fracturen/crushletsel van bekken, bovenbeen of wervelkolom
- traumatische amputatie (gedeelte) arm of been
- niet te stelpen bloedingen met (dreigende) shock
- auto te water
- Reanimatie`s
- op basis van traumascore RTSRevised Trauma Score) en of GCS
Secundaire criteria
Wanneer het ambulancepersoneel ingreep van een arts ter plaatse noodzakelijk acht, wanneer zij zelf de patiënt wegens uiteenlopende letsels (bijvoorbeeld bij niet te stelpen bloedingen) niet stabiel kunnen krijgen en zo niet kunnen vervoeren, kunnen zij het MMT oproepen. Dit heet een Secundair Criterium.
Geneeskundige Combinatie
Bij het voorkomen van een groot ongeval of een ramp kan het MMT ingezet worden als onderdeel van een Geneeskundige Combinatie (Gnk-C). In een dergelijk geval werken zij samen met een zogenaamd AMBU-team en een SIGMA-team.
Kritiek
Al sinds het daadwerkelijk operationeel worden van de helikopter MMT's in Nederland, worden vanuit de medische wereld vraagtekens gezet bij de kosten-effectiviteit van deze vorm van hulpverlening voor een land als Nederland. Daar waar in andere landen sprake is van veel grotere afstanden tussen slachtoffer en traumacentrum, kent Nederland nauwelijks het probleem van grote afstanden of lange reistijden.
Daarnaast is het de vraag of de kosten per gewonnen levensjaar als gevolg van de inzet van een MMT in verhouding staan tot de kosten die de Gezondheidsraad voor een medische interventie als maximum heeft berekend en die op ongeveer €80.000 liggen. Ter illustratie: het MMT van traumaregio Oost kostte in 2002 € 2.750.000 en werd voor 385 patiënten ingezet waarvan 53 maal een verrichting werd gepleegd die alleen door een MMT-arts mag plaatsvinden. 52 patiënten overleden tijdens de MMT-behandeling of direct na aankomst in het ziekenhuis.

Functie van de piloot
De piloot zorgt voor het besturen van de helikopter. Hij heeft veel vliegervaring opgedaan bij de marine, luchtmacht of (heel soms) in burgerlijke helikoptervluchten voordat hij met de traumahelikopter mag vliegen. Dit moet ook wel omdat het vliegen met de traumaheli veel druk met zich meebrengt. Vaak hoort de piloot ook pas in de helikopter waar de vlucht heen gaat en moet hij landen op plaatsen waar dit niet gebruikelijk is. De lifeliners 1, 2, 3 en 4 zijn 24 uur per dag inzetbaar en kunnen dus ook nachtvluchten maken. Ook dit eist natuurlijk veel van de piloot. Verder kan de piloot ondersteuning geven door allerlei zaken rondom het slachtoffer en het vervoer te regelen (net als een ambulancechauffeur). De piloot is verantwoordelijk voor de helikopter als het MMT op de plaats van een ongeval is. Aan boord van de helikopter is de piloot degene die de leiding heeft en hiermee ook de verantwoordelijkheid.
Functie van de HLO
Een Helicopter Landing Officer (of Heli Landing Officier) assisteert bij de landing bij het ziekenhuis en is tevens chauffeur van het MMT-voertuig als het MMT dit voertuig gebruikt. Dit busje moet bestuurd worden door een ervaren ambulancechauffeur of een verpleegkundige die opgeleid is om met optische en akoestische signalen te rijden. Een HLO is zo’n chauffeur.Wanneer het MMT uitrukt per helikopter zal iemand moeten instaan voor de veiligheid. Over het algemeen staan de helikopters op een vliegveld, maar wanneer een helikopter op een ziekenhuis landt dient men een HLO ter beschikking te hebben. Deze ambulancechauffeur heeft een extra opleiding gevolgd als brandwacht. Wanneer er tijdens de opstijg- of landingsprocedure iets mis gaat, kan hij of zij ingrijpen op de bijbehorende manier. Deze functie is te vergelijken met de vliegveldbrandweer.
Locatie MMT'S
Traumacentra
In totaal zijn er 11 traumacentra in Nederland, te weten:
- Amsterdam (VUMC)
- Amsterdam (AMC, sinds 1 januari 2007 zelfstandig
- Rotterdam (Erasmus Medisch Centrum)
- Tilburg (St. Elisabeth Ziekenhuis)
- Utrecht (Universitair Medisch Centrum)
- Nijmegen (UMC St Radboud)
- Leiden (Leids Universitair Medisch Centrum)
- Maastricht (Academisch Ziekenhuis)
- Groningen (Universitair Medisch Centrum Groningen)
- Zwolle (Isala-klinieken)
- Enschede (Medisch Spectrum Twente)

Om de vlieguren van de heli`s zo gelijk mogelijk te houden worden deze geregeld van stand plaats gewisseld
Bepaalde gebieden in Nederland liggen buiten het bereik van een Nederlandse traumahelikopter en maken daarom gebruik van buitenlandse helikopters. De regio Zuid-Limburg maakt gebruik van de Duitse helikopter "Christoph Europa 1" van de ADAC uit Würselen en een andere helikopter, "Christoph Europa 2" van de ADAC uit Rheine is inzetbaar in Twente. De Lifeliner 3, die vanuit Volkel (luchtmachtbasis) opereert, doet ook dienst in de regio rondom de Duitse plaats Kleef en de Lifeliner 4 (Groningen) is ook actief in het Duitse district Leer met onder andere het Waddeneiland Borkum
Ook is het mogelijk dat een traumahelikopter naar een gebied binnen Nederland vliegt dat buiten de dekking valt. In dit geval is de voor die regio vliegende traumahelikopter bijvoorbeeld al ingezet voor een andere inzet binnen dat gebied of tijdelijk buiten dienst. Bij zeer ernstige incidenten worden soms ook meerdere traumahelikopters ingezet. Een voorbeeld hiervan is het ongeval met Turkish Airlines-vlucht 1951 op Schiphol in februari 2009. Daar waren 3 van de 4 Lifeliners actief.
Alle helikopters zijn eigendom van en worden ingezet door ANWB Medical Air Assistance. ANWB Medical Air Assistance is een 100% dochter van de ANWB. In totaal zijn er in Nederland 8 helikopters die als traumahelikopter kunnen worden ingezet. De traumahelikopters zijn niet gebonden aan een lifeliner station of een regio. In verband met onderhoud en training wisselen de helikopters regelmatig van locatie.

Functie van de arts
De arts heeft de functie waar het binnen het MMT eigenlijk om draait: het aanvullen van de reguliere ambulancezorg met medisch-specialistische kennis en handelingen. De aanvulling vindt vooral plaats op gebied van de zogenaamde ABC instabiele patiënten; patiënten met een bedreigde luchtweg (Airway), ademhaling (Breathing) of bloedsomloop (Circulation). Wanneer een van deze vitale functies niet of verminderd aanwezig is, is het noodzakelijk dat deze zo snel mogelijk hersteld wordt (ofwel stabilisatie van vitale functies). Een 'MMT-arts' kan hier, met behulp van zijn/haar kennis en een aantal handelingen aan bijdragen. Ook als er sprake is van een langdurig beknelde patiënt kan de MMT-arts een meerwaarde voor de zorg aan de patiënt betekenen.
Een voorbeeld van die meerwaarde is 'intuberen' (het inbrengen van een buis in de luchtweg om te kunnen beademen). Binnen de reguliere ambulancezorg kan en mag een ambulanceverpleegkundige intuberen, maar uitsluitend als dit mogelijk is zonder medicatie. Als het niet mogelijk is zonder medicatie te intuberen, dan wordt er anesthesiologische medicatie (algehele anesthesie) aan een patiënt in kritische conditie en in de moeilijkst denkbare omstandigheden gegeven. In Nederland is besloten die handeling bij medisch specialisten te houden in verband met het risico op complicaties. Er wordt dus 'narcose gegeven', vandaar ook dat veel MMT-artsen een achtergrond binnen de anesthesiologie hebben. Andere handelingen die wel door de MMT-arts, maar niet door de ambulanceverpleegkundige gedaan worden zijn (onder andere) het inbrengen van een thoraxdrain (een siliconen slangetje dat wordt ingebracht in de borstholte om bloed en/of lucht weg te laten lopen zodat het slachtoffer weer beter kan ademen of worden beademd), het geven van bepaalde infuusvloeistoffen (om zwelling van de hersenen tegen te gaan en/of de bloedsomloop tijdelijk te ondersteunen) en als laatste is het mogelijk voor een MMT-arts om ter plaatse extremiteiten te amputeren mocht dit nodig zijn om het slachtoffer te bevrijden.
Functie van de verpleegkundige
De taken van de verpleegkundige vallen eigenlijk in twee delen uiteen:
Tijdens de vlucht in de helikopter heeft de verpleegkundige een ondersteunende vliegtechnische taak. De belangrijkste taak is de navigatie, maar alle verpleegkundigen zijn ook in het bezit van het RT-certificaat en mogen daartoe ook de communicatie met de luchtverkeersleiding overnemen. Daarnaast assisteren zij de vlieger bij het doorlopen van de checklists en de noodprocedures. Daartoe heeft hij/zij een aanvullende opleiding gevolgd en worden jaarlijks bijgeschoold en gecheckt. In tegenstelling tot de arts (die luchtvaarttechnisch slechts een passagier is) is de verpleegkundige dan ook een 'crew member'. Samen met de piloot zorgt de verpleegkundige ervoor dat het team zo snel mogelijk op de plaats van bestemming arriveert. De verpleegkundige wordt in luchtvaarttermen ook wel HEMS (Helicopter Emergency Medical Services) Crewmember genoemd. Wanneer de helikopter niet kan vliegen (door weersomstandigheden of door technische storingen) of als tijdens nachtelijke uren de ongevalslocatie in een bepaalde straal valt, gaat het MMT per auto naar het ongeval. De MMT's van Amsterdam en Groningen (LL1 en LL4) maken in dat geval gebruik van een ambulancechauffeur/HLO om het MMT voertuig te besturen. Bij de MMT's van Rotterdam en Nijmegen (LL2 en LL3) besturen de verpleegkundigen het voertuig. Zij hebben hiertoe een aanvullende rijopleiding gevolgd. De helikopterpiloot gaat over het algemeen niet mee wanneer het team gebruikmaakt van de auto.
Tijdens de behandeling assisteert de verpleegkundige de arts en vult samen met de arts de aanwezige ambulancebemanningen aan. De verpleegkundigen van het MMT zijn allen ambulance- of SEH-verpleegkundigen en hebben daarnaast ook een achtergrond binnen de anesthesie en/of IC. Dit betekent dat de verpleegkundige, net als de arts en de ambulancebemanning, ook buiten het MMT-werk vaak met 'vitaal bedreigde' patiënten te maken heeft.